De vier kompaspunten van coaching

Rond de vraag waarin coaching zich onderscheid kunnen we een aantal kaderpunten
aangeven. Uiteraard is het in de werkelijkheid nimmer zo rechtlijnig als het hier
omschreven staat, maar voor de beeldvorming kunnen we het volgende stellen:
waar een trainer probeert hetgeen hij weet bij de cursist ‘naar binnen te krijgen’, zal
de coach juist proberen het ‘uit de coachee te halen’. Waar een adviseur de cliënt van
advies dient, zal de coach hooguit een suggestie doen, want hij gaat er vanuit dat de
coachee degene is met de beste antwoorden en oplossingen voor diens specifieke
situatie. Waar de therapeut vanuit zijn expertrol de client zal ‘behandelen’, zal de
coach zijn coachee altijd als gelijkwaardig zien. Het woord ‘second opinion’ komt in
het vakjargon van de coach niet voor. Daarbij legt de coach de verantwoordelijkheid
van wat te doen wanneer dat te doen nadrukkelijk bij de coachee. Hij spreekt hem of
haar er zelfs op aan. Als laatste de manager. Deze kan nog zo zijn best doen om zijn
medewerkers te coachen en zal daar ten dele ook in slagen. Hij zal echter nimmer
worden ontslagen van zijn eindverantwoordelijkheid over het resultaat van de
medewerker die hij coacht. De manager heeft derhalve te allen tijd een eigen agenda.
Die heeft de professionele coach niet. Die gaat uit van de agenda van de coachee. Op
deze wijze ontstaan, zoals ik het noem: ‘de vier kompaspunten’ van het coachingsvak.

1.Gelijkwaardigheid is de basis van de coachingsrelatie.
2.De coachee is de expert van zijn/haar vraagstuk (en niet de coach)
3.De verantwoordelijkheid tot verandering ligt bij de coachee.
4.De coach is geen adviseur. Hij doet hooguit suggesties.

Tesamen met de “I’don’t know” attitude levert dit een heldere afbakening van het
coachingsvak ten opzichte van andere begeleidingsvormen. Bron: TvCoaching.

Hier ga je naar home »